Weblog

Willem V - maandag 18 maart 2013

WILLEM V

© 2013 Joan Ter Maten/De Toneelcentrale/De Wilde Tomaat



 

Aflevering 1 (18 maart 2013)

In een niet nader genoemd jaar vindt er op een zomeravond een feestje plaats ter gelegenheid van de verjaardag van Miranda Gal-Geel, de mooie halfblinde vrouw van de kunsthandelaar Arnold Gal. De gasten die op het feestje verschijnen, blijken elkaar te chanteren.

Arnold, die in echte schilderijen, maar ook in vervalsingen van schilderijen van beroemde schilders handelt, wordt gechanteerd door de minnaar van Miranda, de plastisch chirurg Vlad Doff.

Vlad wordt op zijn beurt gechanteerd door de politicus Aart Appel, die weet heeft van de verhouding van Vlad en Miranda. Aart wenst een dure behandeling voor zijn vrouw in Vlads kliniek.

Aart, die betrokken is bij vastgoedfraude, wordt gechanteerd door de zoon van Arnold en Miranda, Friedjof, een student en een parttime postbode, die een brief van Aart heeft geopend.

Op zijn beurt wordt Friedjof gechanteerd door Harm Gans, een traiteur die Friedjof de brief heeft zien openen.

De traiteur wordt gechanteerd door Fred Goeman, de psychiater die Gea Geel, het nichtje van Miranda, behandelt. Fred heeft een dode kat en een dode duif naast de winkel van de traiteur zien liggen.

Tijdens het partijtje vindt de rijtoer van de nieuwe, net gekroonde koning Willem V door de stad plaats. De rijtoer gaat ook door de straat waar de Gals wonen.

PERSONEN:

ARNOLD GAL, kunsthandelaar
MIRANDA GAL - GEEL, zijn slechtziende vrouw
FRIEDJOF GAL, hun zoon, student, parttime postbode
GEA GEEL, nicht van Miranda
VLAD DOFF, plastisch chirurg, minnaar van Miranda
FRED GOEMAN, psychiater van Gea
AART APPEL, minister van Infrastructuur en Milieu
VINCENT VAN DUNGEN, kunstenaar, schilderijenvervalser
HARM GANS, cateraar
KONING WILLEM V
KOLONEL VAN BEEMSTEREN, adjudant van de koning
TWEE SOLDATEN
CAMERAMAN

Aflevering 2 (19 maart)

EERSTE BEDRIJF

De indeling van het appartement van Arnold en Gea Gal is eenvoudig: de toeschouwer ziet rechts op het toneel de vestibule, met in de rechterwand de voordeur. De vestibule, waarin een tafeltje staat, wordt gescheiden van de woonkamer door een wand met een doorgang die naar de woonkamer leidt (er hoeft geen deur in deze wand te zitten).

In de woonkamer staan design meubels:een stuk of tien stoelen, een bank met een tafeltje ernaast, een grote eettafel, en een grote televisie, rechts van de twee openstaande ramen in de achterwand (iemand die naar buiten kijkt heeft uitzicht op de straat beneden). Er hangt moderne kunst aan de muur.

In de linkerwand van de woonkamer zitten drie deuren: naar de keuken, de slaapkamer en de werkkamer (het interieur van deze kamers is niet zichtbaar voor de toeschouwer).

Arnold Gal en zijn vrouw Miranda wachten op de gasten. Arnold draagt een licht pak en een vlinderdas; hij loopt een sigaartje rokend wat rond; Miranda, gehuld in een zwarte jurk, zit op de bank. Ze draagt een bril met donkere glazen.

Aflevering 3 (20 maart)

ARNOLD (kijkt op zijn horloge): Het is merkwaardig. Het is vijf uur geweest, maar je nichtje dat altijd een half uur te vroeg komt, is er nog niet. Ze is nu dus een half uur te laat.

MIRANDA: Dit is inderdaad niets voor haar.  

ARNOLD: En altijd belt dat warhoofd onderweg een paar keer om te vertellen dat ze er aankomt. En nu? Niets…

MIRANDA: Tja… (de bel gaat)

ARNOLD: Ach… (loopt naar de voordeur; opent die: daar staat Gea, met een schoudertas om en een pakje in haar hand) Ha, Gea. Je bent laat!

GEA (kijkt op haar horloge): Te laat? Ik ben precies op tijd. Het is precies vijf uur!

ARNOLD: Je komt altijd te vroeg.

GEA: Precies! Te vroeg! Je zegt het zelf. Nu ben ik op tijd. (loopt langs hem heen naar binnen)

ARNOLD (sluit de deur, volgt haar): Is er iets gebeurd? Je hebt ook helemaal niet gebeld.

GEA: Waarom zou ik bellen dat ik eraan kom? Als ik op tijd ben, hoeft dat toch niet? (loopt de huiskamer in, legt haar schoudertas achter een stoel op de vloer, tegen de muur, en loopt met het pakje naar Miranda, die wil opstaan) Blijf zitten! Blijf zitten! (Miranda staat toch op; ze wordt gekust door Gea). Gefeliciteerd! Hoe is het met je?

Aflevering 4 (21 maart)

MIRANDA: Dank je. Het gaat wel. Een beetje last van m’n oor…

GEA: Je oor?

ARNOLD (kijkt op zijn horloge): Het is trouwens vreemd dat de cateraar er nog niet is.

MIRANDA: Ach. Ik heb een beetje oorpijn. Niets ernstigs, denk ik. Het doet al minder pijn dan vanmorgen.

GEA (beroert met het pakje de handen van Miranda): Ik heb een cadeautje voor je.

MIRANDA (tast met beide handen naar het pakje, neemt het aan en haalt het papier eraf)

GEA: Het mag geruild worden, hoor.

MIRANDA: Een boek…

GEA: Waaruit Arnold je kan voorlezen.

MIRANDA: O… ja… Wat is het voor boek?

GEA (neemt het boek uit Miranda’s handen, leest voor): ‘Afrika, op safari door de grote wildreservaten’. Leuk boek. Ik heb het zelf ook. Ik leg het nu op tafel (legt het boek neer)

MIRANDA (niet zo enthousiast): O, interessant... Staan er ook foto’s in?

GEA: Een paar… Daar mis je niet zoveel aan.

MIRANDA: O.

Aflevering 5 (22 maart)

ARNOLD (tot Gea): Ga zitten. (Gea neemt plaats op een stoel naast de bank waarop Miranda zit) Een glaasje bubbels, Gea? Of wil je liever een Campari met ijs, zoals gewoonlijk?

GEA: Heb je rum-cola?

ARNOLD: Rum-cola? Dat heb ik je nog nooit zien drinken! Wat is er met je aan de hand?

GEA: Ik heb het gisteren nog gedronken met Fred.

ARNOLD: Fred? Wie is Fred?

GEA: Fred Goeman, mijn psychiater.

ARNOLD: Je psychiater? Ik wist helemaal niet dat je…

GEA: Hij heeft een nieuwe, revolutionaire therapie ontwikkeld. Hij is de man die mijn leven helemaal op zijn kop zet, waardoor ik nu ga leven zoals ik zelf wil.

ARNOLD: Mm, er lijkt me iets tegenstrijdigs zitten in die zin… Maar goed, een rum-cola dus. Ik maak ’m voor je klaar. (tot Miranda): Jij nog een bubbels?

MIRANDA: Jawel. (Arnold pakt Miranda’s lege glas en gaat naar de keuken; Miranda tot Gea): Ik wist niet dat je naar de psychiater ging. Sinds wanneer?

GEA: Sinds vorige week dinsdag.

MIRANDA: Sinds vorige week dinsdag? Maar met je psychiater iets drinken… Dat kan toch niet? Dat is toch niet toegestaan?

GEA: We zijn ook met elkaar naar bed geweest.

MIRANDA: Wat? Dat mag toch helemaal niet? Zo’n relatie arts–patiënt is toch… eh…

GEA: Fred vindt het heilzaam voor me. En zo voelt het ook. Hij zou zo komen. Hij moest eerst nog even bij een andere patiënt langsgaan. Vanmiddag is ie overleden bij een ongeluk, wat heel jammer is, want de therapie verliep heel voorspoedig.

MIIRANDA: Wat? Wat zeg je nu toch allemaal? Ik snap er niets van! Hij komt hierheen?

GEA: Nee, hij is dood.

MIRANDA: Je psychiater…

GEA: Nee, die leeft nog.

MIRANDA: En hij komt hiernaartoe?

GEA: Dat is de bedoeling.

MIRANDA: Dat vindt hij heilzaam…

GEA: Er is niets níét heilzaam, als we bij elkaar zijn.

MIRANDA: Maar jullie zijn toch ook wel eens niet bij elkaar geweest sinds dinsdag?

GEA: Dan ben ik in Fred en is Fred in mij. In alle vrijheid. (Arnold komt binnen met de drankjes en geeft ze aan Miranda en Gea)

GEA: Dank je.

MIRANDA: Paradoxen, paradoxen… (Gea staat op en loopt met haar drankje naar het raam en kijkt naar buiten)

GEA: Leuk trouwens dat de koning hier langskomt! Hé! Wat is dat nou? Ik zie daar op dat dak aan de overkant een paar militairen met geweren liggen.

Aflevering 6 (23 maart)

ARNOLD (komt naast haar staan): Zij houden de boel in de gaten. Over een half uurtje komt ie hier langs. Ik heb nog van de koning gedroomd vannacht. In die droom zwom hij in een meer en werd hij achterna gezeten door een krokodil...

GEA: Hoe liep dat af?

ARNOLD: Dat weet ik niet meer.

MIRANDA: Hij is nu bij de Dam.

GEA: Jee. Jouw gehoor is werkelijk fenomenaal!

MIRANDA: Nee, hoor. Arnold heeft me de route verteld.

GEA (kijkt van Miranda naar Arnold): Ik vind jullie zo’n apart stel. Hoe jullie elkaar aanvullen… Op jullie gezondheid (neemt haastig een slok). Mm… Waarom staat de tv eigenlijk niet aan? Dan kun je de rijtoer toch goed volgen? Wist je trouwens dat die inhuldiging tien miljoen euro kost, en dat terwijl de economie totaal is ingestort?

ARNOLD (kijkt naar zijn vrouw): Ik weet niet of op Miranda’s verjaardag de tv aanmoet…

GEA (beseft weer dat Miranda weinig ziet): O, nee. Natuurlijk niet! (kijkt naar buiten; verward) Er valt trouwens weinig te zien (kijkt naar Miranda, daarna weer naar buiten) Niks bijzonders. Helemaal niks eigenlijk. En aan de koning, daar is werkelijk helemáál niks aan te zien.

MIRANDA: Omdat hij er nog niet is.

GEA: Nee, maar ik ken toch foto’s van hem. (gejaagd) Ik bedoel: er is helemaal niks bijzonders aan hem… Hij is de laatste tijd een beetje aangekomen. Dat is alles. Door een stofwisselingsziekte, heb ik begrepen. En door zijn scheiding onlangs is hij wat meer gaan eten, misschien. Niks bijzonders. Nee, ik kijk liever naar Arnold. Veel liever.

ARNOLD (glimlacht): O ja?

GEA: Ja… (kijkt naar Miranda; nerveus) Nou ja, nou ook weer niet zo vaak…

MIRANDA (glimlacht): Kijken is toegestaan, hoor.

Aflevering 7 (24 maart)

GEA: Ja? Ik bedoel: ja. (pauze; tot Arnold): Zeg! Ligt je boekje over de kunsthandel in de zeventiende eeuw al in de boekhandel? Ik ben nog niet in de gelegenheid geweest om het te kopen, maar ik ga dat doen hoor! Echt!

ARNOLD: Ja, ik heb het twee weken geleden zien liggen, zien staan bedoel ik. Bij liggen denk je aan een stapel. Nee, het stond tussen andere boeken…

GEA: Dat is leuk… (pauze) Toch?

ARNOLD: Als je het de eerste keer ziet, is het leuk. Als je ziet dat het er na een paar weken nog staat, wordt het minder… Omdat het niet is verkocht.

GEA: Maar misschien is het eerste exemplaar verkocht en stond er nu een nieuw?

ARNOLD: Ik had stiekem een hoekje van het kaft omgevouwen…

MIRANDA: Wat het onverkoopbaar maakt.

GEA: Nou, hoeft toch niet… (pauze) Ik ben gisteren op een naaktslak gestapt… (Arnolds mobiel gaat)

Aflevering 8 (25 maart)

ARNOLD: Hallo Vincent. Ja… (loopt naar de keuken)

MIRANDA (tot Gea): Je zag hem niet?

GEA: Nee. Ik liep op m’n blote voeten in de keuken en toen voelde ik iets vochtigs onder m’n tenen. Tussen m’n tenen…

MIRANDA: Ai. Jak! En toen?

GEA: Ik heb ’m heel snel met keukenpapier opgeraapt en in de wc gegooid, niet meer naar ’m gekeken en doorgetrokken. Maar vanmorgen zag ik ’m over de bovenrand van de spiegel in de badkamer kruipen. Als het dezelfde was…

MIRANDA: En toen?

GEA: Toen heb ik snel wc-papier gepakt, hem opgeraapt, in de wc gegooid en doorgetrokken. En daarna nog een keer.

MIRANDA: Nog een slak?

GEA: Nog een keer doorgetrokken. Wist je dat er in Engeland slakkenraces worden gehouden?

MIRANDA: Hé! Nu hoor je het gejuich (de toeschouwers horen het gejuich nog niet) Ze komen dichterbij. (Gea luistert ingespannen bij het raam en knikt. Arnold komt de kamer weer in)

Aflevering 9 (26 maart)

ARNOLD (stopt zijn mobiel in zijn jaszak): Dat was Vincent van Dungen. Hij heeft via via een Picasso op de kop kunnen tikken. Is dat niet geweldig? Hij komt hem zo laten zien.

MIRANDA: Een maand geleden had hij een Matisse! Hoe is het mogelijk! Hoe doet ie dat? Hoe komt ie eraan?

ARNOLD: Hij heeft zo z’n contacten.                                                             

GEA: En hij gaat er zomaar mee over straat?

ARNOLD: Het is een kleine tekening. Die doet ie in een koffer. Wie weet nou wat er in die koffer zit.

GEA: Ik.

ARNOLD: Ja… Hm… Hou het voor je, wil je?

GEA: Ik zal het proberen. (kijkt uit het raam)

ARNOLD: Nee, niet proberen. Gewoon doen.

GEA: Ik hoor het gejuich nu ook (het gejuich is zacht te horen) Luister… Hé, daar komt Friedjof aanlopen! (tot Arnold): Hoe is het met hem?

ARNOLD: Omdat hij enig kind is, vindt hij dat hij door ons verwend moet worden. Maar Miranda en ik vinden dat bij een enig kind het gevaar bestaat dat het verwend wordt en daarom letten we erop dat vooral niet te doen. Tot Friedjofs grote ongenoegen en dat laat hij merken ook. (de bel gaat) Dat zal vandaag wel niet anders zijn. (loopt naar de voordeur, doet open en laat Friedjof binnen, een sombere ongeschoren jongeman met een monotone, zeurderige stem

Aflevering 10 (27 maart)

ARNOLD: Ha Friedjof!

FRIEDJOF: Dag pa…

Aflevering 11 (28 maart) 

ARNOLD: Is er iets?

FRIEDJOF: Niks bijzonders. Het gaat alleen nog slechter dan gewoonlijk.

ARNOLD: Kom binnen. (beiden lopen naar de zitkamer. Friedjof loopt naar zijn moeder, die opstaat. Ze begroeten elkaar, geven elkaar drie kussen)

FRIEDJOF (zuchtend): Gefeliciteerd.

MIRANDA: Dank je.

FRIEDJOF: Je cadeau krijg je nog. Ik word momenteel te zeer in beslag genomen door problemen van allerlei aard dan dat ik in staat was om iets te kopen. Dag Gea.

GEA: Hoi Friedjof.

MIRANDA: Dat geeft niet. Dat komt wel. Wat voor problemen?

FRIEDJOF (zucht diep): Problemen aangaande mijn financiële situatie, en mijn lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ik heb dat bijbaantje als postbode moeten opgeven, omdat er een plank op mijn voet is gevallen. (slaakt een diepe zucht) Het gaat beroerd en ik sta er helemaal alleen voor… Is die hommel mee naar binnen gekomen?

ARNOLD: Hommel?

FRIEDJOF: Ik werd de hele weg hiernaartoe achtervolgd door een hommel. (Arnold en Gea kijken rond)

MIRANDA: Misschien je aftershave? O nee. Je prikte…

FRIEDJOF: Voor aftershave heb ik het geld niet.

GEA: Ik zie geen hommel.

ARNOLD (vrolijk glimlachend): Misschien ligt ie in een hinderlaag.

FRIEDJOF (bedrukt): Dat zou me niets verbazen.

ARNOLD: Biertje, Friedjof?

FRIEDJOF: Ik heb last van m’n keel en m’n blaas… maar vooruit. (Arnold gaat naar de keuken)

Aflevering 12 (29 maart)

MIRANDA (tot Friedjof): Hoe is het er verder mee? Hoe gaat het met je studie?

FRIEDJOF (laat zich op een stoel vallen): Omdat m’n fiets gestolen is en ik geen geld heb voor een nieuwe en omdat er laatst een steen op m’n voet gevallen is…

MIRANDA: Plank…

FRIEDJOF: Dat bedoel ik: omdat er een plank op m’n voet gevallen is, heb ik al een tijdje geen college meer kunnen volgen. Ik raak steeds verder achter. Steeds verder. Misschien… (zucht weer diep)… dat de situatie ooit, ooit, OOIT, zal verbeteren… Maar ik verwacht het niet.

MIRANDA: Je moet niet zo snel bij de pakken neerzitten.

FRIEDJOF (zuchtend): Als je er echt helemaal alleen voorstaat… zonder hulp… (terwijl Arnold terugkomt met een flesje bier en een glas, gaat de bel. Arnold geeft de fles en het glas aan Friedjof en gaat naar de voordeur, opent die: daar staat Vlad Doff, een bevriende arts)

ARNOLD (schrikt):  Vlad… Ik wist niet dat je zou komen.

Aflevering 13 (30 maart)

VLAD (komt binnen): Dag Arnold. (schudt hem de hand) Gefeliciteerd met Miranda.

ARNOLD: Ja… (Vlad loopt naar de zitkamer, gevolgd door Arnold; Vlad gaat naar Miranda; Arnold loopt door naar de keuken. Gea kijkt uit het raam; Friedjof schenkt zijn bier in. Terwijl Miranda en Vlad begroetingskussen uitwisselen legt Vlad een moment zijn hand duidelijk zichtbaar op Miranda’s billen)

GEA: Er worden ballonnen opgelaten. (Arnold keert terug, stopt zijn mobiel in zijn zak; hij heeft blijkbaar net in de keuken getelefoneerd)

VLAD: Arnold, kan ik je even spreken?

ARNOLD (niet op zijn gemak): Eh…

VLAD: Kom even mee naar de vestibule… (loopt naar de vestibule, gevolgd door Arnold)

Aflevering 14 (31 maart en 1 april)

ARNOLD (spreekt zacht): Ik heb het geld nog niet. Volgende week heb ik het zeker. Dan heb ik weer een transactie kunnen doen. Straks komt Van Dungen met een nieuw schilderij… Een Picasso… Ik zal je die straks laten zien. Ik heb al iemand die ’m zou willen kopen.

VLAD: Een Picasso? Die Van Dungen wordt steeds ambitieuzer sinds hij probeerde mij die mislukte Hopper aan te smeren. Die werd zelfs door mij als een vervalsing herkend. Dit is niet de afspraak, Arnold. Je hebt je afdracht aan mij al een keer uitgesteld. Ik heb dat geld hard nodig om een  ongelukkige aandelentransactie te corrigeren.

ARNOLD: Volgende week. Ik beloof het je.

VLAD: Mijn geduld begint op te raken, Arnold. Als ik het geld volgende week maandag niet heb ontvangen gaat er een brief naar de politie. Dat weet je.

ARNOLD: Luister… Volgende week… (loopt terug naar de zitkamer, maar omdat de bel weer gaat, draait hij zich om, loopt naar de voordeur en doet open: daar staat Aart Appel, minister van Infrastructuur en Milieu. Hij is gekleed in een net donker pak)

AART: Dag Arnold. Ik heb me even kunnen losmaken van de plichtplegingen, zodat ik jullie zou kunnen feliciteren.

ARNOLD: O… Dat is aardig van je. Kom binnen. (Aart komt binnen)

AART: Is Vlad er ook?

ARNOLD: Vlad is er ook, ja. Hoezo?

AART: Ik moet hem even spreken.

ARNOLD: O, nou, hij is binnen. (ze lopen naar de zitkamer; als Vlad Aart ziet schrikt hij. Aart begroet Miranda, die weer is opgestaan)

AART: Hartelijk gefeliciteerd.

MIRANDA: Dank je. Ik verwachtte je niet. Moest je niet bij de inhuldiging zijn?

AART: Daar ben ik ook geweest. Zo-even, in de kerk. Nu is de rijtoer begonnen en dus kon ik me uit de voeten maken.

ARNOLD: Ze komen zo hier langs.

GEA (buigt zich uit het raam): De ballonnen zijn niet meer te zien.

ARNOLD: Ik zal de glazen vullen (pakt de lege glazen van Miranda, Gea en Friedjof) Vlad en Aart, willen jullie…

AART: Een witte wijn graag.

VLAD: Eh… een witte wijn, ja, dat is goed. (Arnold gaat naar de keuken)

AART: Dag Vlad. Kan ik jou even onder vier ogen spreken?

VLAD (nerveus): Eh… Nu?

AART: Ja. Loop even mee naar de vestibule. (Aart loopt erheen, gevolgd door Vlad. Het gejuich van mensen op straat is nu goed te horen)

AART (glimlachend, zacht sprekend): En hoe gaat het met Miranda? Ik zag jullie laatst weer samen in De Gelaghkamer.

VLAD (kijkt naar de zitkamer): Ssst. Miranda hoort alles. Wat wil je?

Aflevering 15 (2 april)

AART: Wat we hebben afgesproken: mijn zwijgen tegenover Arnold in ruil voor de gratis behandeling van mijn vrouw in jouw kliniek.

VLAD: Weet je wel hoe duur zo’n behandeling is?

AART: Ik heb me georiënteerd. Het valt eigenlijk best mee.

VLAD: Haar halve lichaam moet verbouwd worden!

AART: Ssst. Je kunt kiezen of delen.

VLAD: Goed, goed. Laat haar maar naar me toe komen. (ze lopen terug naar de zitkamer)

FRIEDJOF (gaat staan; tot Aart): Heeft u contacten met woningcorporaties in Amsterdam?

AART: Ja, natuurlijk. Als minister spreek ik die regelmatig.

FRIEDJOF: Kunt u misschien een andere woning voor me regelen? Mijn woning is zo klein en gehorig dat elk kuchje van de buurvrouw mijn trommelvliezen bereikt. Ik hoor het knopje van haar bedlampje als ze dat uitdoet. Ze moet alles van mij horen. Ik word er krankzinnig van. Kunt u iets anders regelen? Iets ruims, goed geïsoleerd, met een tuin, tegen een zacht prijsje?

AART (glimlacht): Sorry, maar daar ga ik niet over.

FRIEDJOF: Kan ik u even in de vestibule spreken?

AART: In de vestibule? Waarom daar?

FRIEDJOF: Ik wil u even onder vier ogen spreken.

Aflevering 16 (3 april)

AART: Nou, vooruit… (Ze lopen naar de vestibule)

FRIEDJOF (zacht sprekend): Zegt de naam Hoopje B.V. u iets?

AART: Hoopje? Wat een vreemde naam. Nee…

FRIEDJOF: Een vastgoedbedrijf. De heer Hoopje, de directeur, die moet u toch kennen. Hij bezit een kwart van het Nederlandse vastgoed.

AART: Ik ken niet iedereen.

FRIEDJOF: U heeft onlangs contact gehad met de heer Hoopje.

AART: Contact met hem? Hoe kom je daarbij?

FRIEDJOF: Ik heb laatst een brief gezien van de heer Hoopje, gericht aan u.

AART: Wat? Hoe weet jij dat?

FRIEDJOF: Omdat ik die brief in handen heb gehad.

AART: Hoe kan dat?

FRIEDJOF: Ik ben parttime postbode.

AART: Snuffel jij in andermans post?

FRIEDJOF: Soms is de envelop niet goed dichtgemaakt en valt de brief op straat en dan ben je als postbode verplicht deze weer in de envelop te doen – weer mooi op te vouwen, wanneer een stormwind hem open heeft gewaaid. Soms zijn je handen zo koud dat het niet eenvoudig is de brief weer snel mooi op te vouwen en in de envelop te stoppen, waardoor woorden die in de brief staan de kans krijgen om op je netvlies te vallen… zonder dat je dat zelf wilt… maar je móét je ogen wel openhouden om de brief weer goed in de envelop te krijgen…

AART (steeds kwader wordend): Wat is dit? Wat zijn dit voor fratsen?

FRIEDJOF: Ik zag per ongeluk een bedrag staan met vijf nullen, en een uitnodiging van de heer Hoopje om de details van een bepaalde transactie verder met u te bespreken in een bordeel hier ter stede, alsmede een vliegticket…

Aflevering 17 (4 april)

AART (kan zich nauwelijks nog beheersen): Vuile ploert…

FRIEDJOF: Denkt u dat een telefoontje uwerzijds naar een lokale woningcorporatie te mijnen bate…

AART: Grrr… (loopt geagiteerd terug naar  de zitkamer)

FRIEDJOF: Dank u! (de bel gaat; Friedjof doet open: daar staat Vincent van Dungen met een koffer in zijn hand. Achter hem staat de cateraar met een karretje met daarop pannen, schalen en bordjes.)

FRIEDJOF: Dag Vincent. Ga je op reis?

VINCENT: Wat? Nee, nee. Is je vader thuis?

FRIEDJOF: Ja, die is er. (ondertussen komt Arnold uit de keuken met de glazen wijn, geeft die aan Aart en Vlad en gaat naar de voordeur)

ARNOLD: Vincent, kom binnen. Kom binnen! En u bent de cateraar. Meneer Gans, is het niet? Kom binnen. (Vincent en de cateraar treden binnen; ze lopen Arnold achterna naar de zitkamer; Friedjof sluit de deur en volgt hen. De cateraar zet zijn schalen en pannen op de grote tafel)

VINCENT (houdt de koffer vast terwijl hij Miranda kust): Nog gefeliciteerd.

MIRANDA: Dank je.

GEA (staat nog bij het raam; opgewonden tot de aanwezigen in de zitkamer): Ik zag de koets even! Ze kunnen over een paar minuten hier zijn!

ARNOLD (tot Vincent): Kom maar even mee naar mijn werkkamer. (Vincent volgt met de koffer Arnold naar de werkkamer; Arnold sluit de deur; de cateraar ziet Friedjof bij het raam staan; hij lijkt hem te herkennen en loopt naar hem toe)

CATERAAR: U bent toch de postbode in deze wijk?

FRIEDJOF: Inderdaad.

CATERAAR: Kan ik u even spreken in de vestibule?

FRIEDJOF: O? Waarover?

CATERAAR: Dat zal ik u zo uitleggen. (de cateraar loopt naar de vestibule; Friedjof volgt hem)

Aflevering 18 (5 april)

CATERAAR (zacht sprekend): Ik zag u laatst een brief openen.

FRIEDJOF: Dat is mogelijk. Brieven vallen soms uit de envelop omdat die niet goed is dichtgemaakt. Dan doe ik ze er weer in.

CATERAAR: U haalde de brief uit de envelop.

FRIEDJOF: Dat moet soms om hem er dan weer goed in te krijgen.

CATERAAR: U gebruikte een klein mesje om de envelop te openen.

FRIEDJOF: Hoe komt u er eigenlijk bij dat ik dat was?

CATERAAR: Ik keek door de etalageruit van onze winkel.

FRIEDJOF (wil weglopen): Dat was ik niet.

CATERAAR: Ik heb foto’s gemaakt.

FRIEDJOF: Wat?! Wat wilt u eigenlijk?

CATERAAR: Ik wil dat je de post voor een zekere Bloem voor mij apart houdt. Hij is eveneens traiteur en heeft een zaak in de…

VLAD: O! Kijk! Allemaal rook! Iemand heeft iets gegooid! Een rookbom of zo. (de in de kamer aanwezigen, behalve Miranda, die op de bank blijft zitten, spoeden zich naar het raam) De mensen slaan op de vlucht. Kijk daar! Het rijtuig met de koning. Ze komen deze kant op!

AART: De koets wordt achterna gezeten door een groep gewapende mannen. Kijk! Mijn God!

VLAD: Een aanslag op de koning! (er klinken schoten)

AART: De helft van het publiek bestaat uit politiemannen in burger, lijkt het. Moet je zien, hoe ze de koning afschermen.

VLAD: Hij wordt deze kant opgejaagd… Jezus! Ze vluchten de hal hier beneden in! (de bel gaat lang en doordringend: Arnold komt de werkkamer uit)

ARNOLD: Mijn God! Wat is er aan de hand?!

MIRANDA: De koning… (Arnold haast zich naar de voordeur; doet open: daar staat een man in kolonelsuniform. De mensen in de zitkamer gaan naar de deuropening van de zitkamer en kijken toe. Vincent komt de werkkamer uit)

KOLONEL: We moeten de koning even bij u onderbrengen. Hij wordt bedreigd.

ARNOLD: Waar is hij?

KOLONEL: Hij komt nu met de lift naar boven… Ah! Daar is ie…

Aflevering 19 (6 en 7 april)

ARNOLD (ziet de nog buiten staande koning) Lieve hemel! Kan hij wel door de… (de kolonel stapt naar binnen. Een zeer corpulente heer in admiraalsuniform verschijnt in de deuropening; hij puft en hijgt; hij lijkt klem te komen zitten in de deuropening; hij krijgt van achteren een paar zetjes – achter hem roept iemand: ‘Hou uw adem in, majesteit!’ Dan volgt een flinke duw: de koning is binnen. Hij struikelt, maar blijft op de been en weet door een snelle handbeweging te voorkomen dat de pet van zijn hoofd valt. Hij geeft de pet aan Arnold, die hem op een tafeltje legt)

ARNOLD (maakt een buiging): Majesteit… (achter de koning komen twee soldaten naar binnen; zij houden hun geweer op de voordeuropening gerichtDe koning haalt een grote witte zakdoek tevoorschijn waarmee hij het zweet van zijn voorhoofd wist)

KOLONEL (geeft Arnold een hand): Van Beemsteren. Ik ben de adjudant van de koning. Men wilde de koning kidnappen! Is er een achteruitgang? We moeten de majesteit zo snel mogelijk in veiligheid brengen.

ARNOLD: Jawel… maar ik weet niet… (kijkt afwisselend van de koning naar de deuropening van de zitkamer)

KOLONEL (ziet Arnold kijken): O, maar dat lukt ook wel… (de aanwezigen in de zitkamer gaan naar achteren om de koning, die nog steeds zijn gezicht afwist, gelegenheid te geven om de zitkamer te betreden)

KONING (stopt de zakdoek weg): Het spijt me zeer dat ik u deze overlast bezorg… (de koning wurmt zich door de deuropening, waarbij hij wordt geholpen door de kolonel, die hem wat zetjes geeft. De koning bereikt de zitkamer; men buigt en knikt. Het geluid van een helikopter klinkt)

KOLONEL (haalt zijn mobiel tevoorschijn en spreekt daarin): Ja, dat zal ik vragen… (tot Arnold): Zou er een helikopter hier op het dak kunnen landen?

ARNOLD: Tja… Hoeveel weegt zo’n ding?

KOLONEL: Zo’n tienduizend kilo... (het geluid van de helikopter wordt steeds luider)

ARNOLD (kijkt naar de koning): Met… lading?

KOLONEL: Ja.

ARNOLD: Op het dak... Ik zou het niet weten. Ik denk eerlijk gezegd van niet.

KOLONEL (spreekt in zijn mobiel): O… U wilt de landing toch doorzetten? Ik begrijp het… (tot de aanwezigen in de zitkamer): De piloot denkt dat het wel zal gaan. Hoe komen we op het dak?

ARNOLD (probeert boven het lawaai van de helikopter uit te komen): Volgt u mij maar! (hij loopt naar de deur van de werkkamer, maar voordat hij daar is, valt er gruis naar beneden en vallen er stukken uit het plafond, schilderijen vallen van de trillende muren; de aanwezigen, die een lading witte kalkstof over zich krijgen uitgestort, houden hun handen tegen hun oren om die te beschermen tegen het donderende geraas van de helikopter. Terwijl dit alles gebeurt, gaat op een gegeven moment het licht uit)

Aflevering 20 (8 april)

TWEEDE BEDRIJF

 Het is avond. De kamer, die in een puinhoop is veranderd, wordt verlicht door een paar brandende kaarsen en ziet er spookachtig uit door de laag witte kalkstof die voor een deel het meubilair en de kleren van de personages bedekt.

 Het is duidelijk dat het niet is gelukt de koning per helikopter af te voeren: hij zit op de bank, met zijn gezicht naar de toeschouwers.

 Miranda en Vlad bevinden zich in de slaapkamer en zijn dus niet te zien. Arnold en de kolonel staan bij de grote tafel. Gea zit te sms’en. Friedjof, Aart en Vincent zitten op een stoel en staren voor zich uit. De twee soldaten staan met hun geweren bij de openstaande ramen; men ziet de nachtelijke hemel. Zo nu en dan klinkt er buiten een schot.

 Schuin tegenover de koning zit de cateraar.

KONING (tot  de cateraar): Het vlees wordt aan de buitenkant nat, als je het vóór het braden zout, en niet mooi bruin.

CATERAAR: Het wordt minder mals.

ARNOLD (staat bij de tafel met de schalen en de pannen van de cateraar): Wilt u misschien nog een stukje, majesteit?

KONING: Nee, dank u. Hoewel… Nee, nee, het is erg lekker, maar… Ofschoon een klein láátste stukje niet echt kwaad kan, dus ja… vooruit dan maar… En dan ook nog maar een glaasje champagne om het weg te spoelen.

ARNOLD (snijdt het op een schaal liggende vlees in stukken en laat wat stukken aan de koning zien): Wilt u dat kleine of dat iets grotere stuk?

KONING: Ach, doet u dat kleinere stuk maar… alhoewel, aangezien het het laatste stukje is, mag het grotere eigenlijk ook wel… (Arnold loopt met de schaal terug naar de grote tafel, schenkt champagne in, zet het glas op het tafeltje naast de koning en brengt vervolgens de koning op een bordje het grotere stuk. De koning peuzelt het met smaak op. Ondertussen gaat het mobieltje van de kolonel; hij loopt naar de vestibule en luistert aldaar naar wat men hem te zeggen heeft; hij mompelt wat: ‘Aha… Ja, ja… Juist ja… Ja…’)

Aflevering 21 (9 april)

ARNOLD (tot de koning): Zou u misschien nóg een stukje willen?

KONING (legt zijn hand op zijn buik): Nee hoor, dank u wel… Alhoewel… Is er nog veel over?

ARNOLD: Er zijn nog drie stukken.

KONING: Nog drie… Ja. Hm. Misschien willen de anderen ook nog wat? (kijkt snel om zich heen) Nee, dus. Nou ja, het is zonde om ze te laten liggen. Ach, brengt u ze maar alle drie tegelijk, anders moet u steeds zo heen en weer lopen. (Arnold brengt hem de stukken vlees op de schaal)

ARNOLD: Alstublieft, majesteit.

KONING: Dank u. (valt meteen aan; de kolonel komt weer binnen)

KOLONEL (tot de koning): Ik krijg zojuist bericht dat een organisatie de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor de aanslag. Het zou gaan om de RRB, De Republikeinse Revolutionaire Beweging. We hebben de meesten ingerekend. Het gaat om zo’n dertig man. Een enkeling weigert zich nog over te geven, maar die zullen we zeker ook te pakken krijgen. (de cateraar loopt naar de grote tafel)

KONING: Juist… (zijn blik dwaalt af naar een op de grote tafel staande schaal waarvan door de cateraar het deksel wordt verwijderd) De AIVD heeft dus zitten snurken… (probeert te zien wat er op de schaal ligt)

KOLONEL: Die heeft dit inderdaad niet voorzien, majesteit.

KONING (tot Arnold): Ik heb het idee dat er echt veel meer is dan u op kunt. Is dat juist?

ARNOLD: Ja. We hadden meer gasten verwacht, maar die konden dus niet meer komen vanwege de gebeurtenissen.

KONING (richt zich een beetje op om beter te kunnen zien): Wat ligt er op die schaal?

CATERAAR: Dit zijn hardgekookte eitjes, gevuld met kaviaar, hoogheid. Wilt u er eentje proeven?

Aflevering 22 (10 april)

KONING: Tja… Het is een beetje zonde om ze daar maar te laten staan. Maar geeft u de anderen ook wat. (de cateraar gaat met de schaal met eitjes en papieren servetjes rond; Gea, Vincent en Friedjof nemen een ei; Aart, de twee soldaten en de kolonel bedanken. Arnold opent de deur van de slaapkamer, kijkt even naar binnen, knikt en sluit de deur weer)

ARNOLD: Miranda lijkt nu gelukkig te slapen. Het lawaai van de helikopter heeft haar oor geen goed gedaan.

FRIEDJOF: Goed dat de dokter bij haar is om haar een beetje in de gaten te houden.

AART: Ja, goed dat Vlad er is.

ARNOLD: Ja… (de cateraar loopt terug naar de tafel en zet de schaal daar neer)

KONING (schraapt zijn keel): Ahum…

CATERAAR (schrikt): O! Majesteit! Hoe kan ik u nou vergeten! (pakt de schaal en haast zich naar de koning)

KONING (bekijkt de eieren): Dat ziet er niet slecht uit… (pakt een ei en steekt dit in zijn geheel in zijn mond) Mmmmm…

CATERAAR: Wilt u misschien… nog een ei?

KONING: Mijn brein heeft hierover al een beslissing genomen, vrees ik. Wist u dat de hersenen beslissingen nemen voordat je je daar bewust van bent? Dat beweren neurowetenschappers. Vreemd, niet? En dat je daar geen invloed op hebt? Welnu, dat is net alweer gebeurd! De beslissing van het brein is niet meer terug te draaien, helaas. Ik moet dus nog een eitje nemen. (pakt een ei en steekt dit in zijn mond) Mmmm… (de cateraar houdt de schaal onder de neus van de koning; Gea staat op, pakt haar schoudertas vanachter een stoel en loopt langzaam naar de achterkant van de bank waarop de koning zit. De kolonel haalt weer zijn mobiel tevoorschijn en luistert)

CATERAAR (tot de koning): Heeft uw brein nogmaals voor u beslist?

KONING: Ja, ik ben bang van wel. (pakt een ei en steekt dit in zijn mond)

Aflevering 23 (11 t/m 14 april)

CATERAAR: U moet straks ook wat van de Engelse plumpudding proeven.

KOLONEL: Majesteit! Ik kreeg net bericht dat de kust nu veilig is en dat we naar buiten kunnen gaan.

KONING (kijkt naar de schaal): Hm. Nu al? (Vlad komt de zitkamer weer in; Gea staat achter de bank)

VLAD: Miranda slaapt.

GEA (haalt een pistool uit haar tas en houdt dat in een trillende hand tegen het hoofd van de koning): Neemt u gerust nog een eitje, majesteit. We hoeven niet meteen weg te gaan. (iedereen schrikt op en gaat staan; er klinken kreten; de kolonel deinst achteruit; de cateraar zet de schaal op het tafeltje en steekt zijn handen omhoog)

KOLONEL: Wat is dit?! Wie bent u?

GEA: Ik ben lid van de RRB. En als u niet allemaal uw wapens en telefoons neerlegt, heeft de majesteit zijn laatste eitje gegeten (de soldaten leggen hun geweren neer). Er wordt niet meer gebeld, ge-sms’t of getwitterd! Iedereen haalt z’n telefoon tevoorschijn, langzaam, en legt hem op de vloer. (iedereen haalt, zoals in een western mensen traag en behoedzaam hun pistool tevoorschijn halen en op de grond leggen, zijn mobieltje tevoorschijn en legt dat op de vloer) Schop je mobiel een paar meter van je af en beweeg je verder niet! (men doet wat gevraagd is)

KOLONEL: Wat wilt u in godsnaam? Wat denkt u te bereiken?

GEA (houdt het pistool tegen het hoofd van de koning): De koning zal zo een verklaring afleggen, waarin staat dat hij afstand doet van zijn staatshoofdschap en dat hij een deel van zijn vermogen afstaat aan diverse goede doelen, die op een lijst onder de verklaring staan. Ik heb die verklaring bij me. Een cameraman die ook het geluid doet, mag zo hierheen komen om de verklaring van de majesteit te registreren.

KONING (pakt een servetje van de schaal en veegt zijn vingers af): Ik wil die verklaring graag voorlezen.

Aflevering 24 (15 en 16 april)

KOLONEL: Majesteit! Dit is afschuwelijke… chantage!

GEA: Ondertussen moet er een vliegtuig op Schiphol in gereedheid worden gebracht, waarmee de koning en ik naar Zuid-Afrika zullen vliegen, samen met nog een paar leden van de RRB. De koning zal worden vrijgelaten in de buurt van het landgoed van zijn familie.

KONING: Ik vind het best. (neemt nog een eitje van de schaal)

KOLONEL (perplex): U vindt het best?

KONING (kalm): Ja, hoor. Draagt u er zorg voor dat de lopende zaken, afspraken en dergelijke op een ordentelijke manier worden afgehandeld? Ik zal vanuit Afrika contact met u onderhouden. (stopt het ei in zijn mondGea haalt haar mobiel tevoorschijn, met haar andere hand het pistool nog steeds op de koning gericht houdend)

GEA: Hallo Fred? Het is gelukt! De koning gaat meewerken. Je kunt zo naar boven komen met een cameraman. (tot de kolonel): Kunt u uw manschappen opdracht geven Fred Goeman en een cameraman doorgang te verlenen?

ARNOLD: Fred is je psychiater!

GEA: En betrokken bij de RRB.

KOLONEL (tot Gea): Denkt u nu werkelijk dat u hiermee wegkomt?

KONING: (veegt met een servetje zijn mondhoeken af): Ja hoor, dat denk ik wel. Ik verleen alle medewerking. Waar is die verklaring?

KOLONEL (schudt onthutst zijn hoofd): Majesteit…

GEA (haalt uit haar schoudertas een vel papier en geeft dit aan de koning): Alstublieft.

KONING (leest; mompelt goedkeurend): Ja… ja, hoor. Ik kan me hier wel in vinden.

GEA (tot de kolonel): Wilt u nu bellen en die opdracht geven, alstublieft? (de kolonel pakt zijn mobiel en belt)

KOLONEL (spreekt in de telefoon): Ja… Er is hier een wat vervelende situatie ontstaan…

GEA (tot de kolonel): Eén cameraman die ook het geluid doet. Niet meer!

KOLONEL: De koning wil een verklaring afleggen. Kunnen jullie een cameraman die ook het geluid doet naar boven sturen?… De koning blijft nog even hier. Nee! Geen militairen! Alleen een cameraman en de psychiater!

Aflevering 25 (17 en 18 april)

GEA (zacht): En zeg dat er een vliegtuig moet klaarstaan op Schiphol. Met een volle tank.

KOLONEL: Enne… De majesteit wil een vliegtocht maken. Hij wil naar Zuid-Afrika. Zorg dat er een toestel klaarstaat op Schiphol.

GEA: En een limousine die ons naar het vliegveld brengt.

KOLONEL: En een limousine die de koning en… nog wat mensen naar het vliegveld brengt… (tot Gea): Wanneer?

GEA: Over een kwartier moet ie klaarstaan

KOLONEL (in zijn mobiel): Over een kwartier. (tot Gea): Met een escort van motoragenten?

GEA: Nee! En de majesteit wil niemand spreken.

KONING: Dat is juist.

KOLONEL (in zijn mobiel): Nee. En de majesteit wil niemand te woord staan. (tot Gea): Is dat alles? (de bel gaat)

GEA: Voorlopig wel, ja.

KOLONEL (in zijn mobiel): Voorlopig wel. (stopt zijn mobiel weg; Arnold doet de voordeur open: een cameraman en de psychiater betreden de woning)

GEA (tot de cameraman): Gaat u daar maar staan. (ze doet een stap of twee opzij, nog steeds het pistool op de koning gericht houdend) Ik wil niet in beeld. De koning zal een verklaring voorlezen. (de cameraman richt zijn camera op de koning; Arnold zet de tv aan: we horen de stem van de koning nu uit twee bronnen: de koning zelf en de tv)

KONING (neemt een slokje champagne; houdt het glas in zijn ene, de verklaring in zijn andere hand; schraapt zijn keel): Wij, Willem, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, enzovoorts, enzovoorts, zullen hierna nooit meer deze zinsnede uitspreken als we het over onszelf hebben. Wij doen bij dezen afstand van de troon en treden uit de regering. Wij zullen afstand doen van alle voorrechten die ons krachtens onze positie in het verleden zijn verleend en zullen afstand doen van onze functies in zoverre deze een plaats hebben in het politieke bestel in Nederland. Wij zullen na onze verbanning die een half jaar zal duren om het volk van ons te doen afkicken, wellicht wel weer een functie gaan bekleden in het bestuur van een plaatselijke hockey-, schaats- of zwemvereniging. Kortom, wij zullen weer als een gewoon burger door het leven gaan. Wij zullen over vijf procent van ons vermogen blijven beschikken; een secretaris/lakei, die eventueel ook kookt, erop na houden en wij zullen ons wagenpark doen krimpen tot één sportwagen en een gouden koets, die wij de helft van het jaar zullen afstaan ten behoeve van mensen die er gratis ritjes mee kunnen maken over de boulevard van Scheveningen. (neemt weer een slokje champagne

Aflevering 26 (19 t/m 21 april)

Wij zullen driekwart van mijn paleis afstaan ten behoeve van een museum dat gratis toegankelijk zal zijn en waarin allerlei koninklijke attributen en snuisterijen uit het verleden en het heden tentoongesteld zullen worden. Deze attributen, zoals hermelijnen mantels, scepters, kronen, juwelen en dergelijke, kunnen worden gebruikt door toneelverenigingen voor voorstellingen ten paleize. Men kan in voorheen koninklijke kledij op de foto, zoals men dat gewoon is te doen in Volendam bijvoorbeeld. Men kan met ons op de foto, na onze ballingschap. De lijst met goede doelen zal in de kranten en op onze site gepubliceerd worden. Wij wensen het Nederlandse volk het allerbeste toe. (Gea kijkt op haar horloge en geeft aan dat het voorlezen nu voorbij is, maar de koning legt het papier dat hij voorlas weg en spreekt, na een slokje champagne, recht de camera inkijkend, door) Koningsdag blijft natuurlijk gewoon bestaan. Ook herdenkingen zullen worden gecontinueerd. Wij zullen er evenwel niet meer bij aanwezig zijn. Dit betekent een grote verlichting voor alle betrokkenen: wc’s hoeven niet meer te worden aangepast. Mensen hoeven hun uniform niet meer te strijken, hun klederdracht te stoppen, hun schoenen te poetsen… Leden van een erewacht hoeven hun plas niet meer zo lang op te houden… (Gea gebaart nu duidelijk, met het pistool zwaaiend, dat het nu echt afgelopen moet zijn met de monoloog van de koning) Wij ronden af. Wij zijn gemetamorfoseerd. Vanaf heden zijn wij Willem, gewoon Willem, een gezellige kerel van 233 kilo. (neemt een slokje champagne) De mensen hoeven niet meer hun haren te kammen, een deodorant te gebruiken, hun gebit te reinigen, de prut uit hun oren of de stukjes uit hun neus te halen; hoeven niet meer totaal verzenuwd te wachten totdat wij zullen arriveren om een lint door te knippen, of een fles tegen een schip kapot te gooien, of aan een koord te trekken om een doek of gordijn…

Aflevering 27 (22 en 23 april)

GEA (tot de cameraman): U moet nu stoppen met het filmen van de koning! Het belangrijkste hebben we gehad. Stop! Nu! (de cameraman laat zijn camera zakken, maar blijft toch vanuit de heup filmen; beelden die hij maakt, zien we op de tv; beelden verdubbelen zich: we zien ze in het echt, maar ook op de tv)

KONING (tot Gea): En doet u dat pistool nu maar weg. Dat is niet meer nodig. Ik voldoe aan uw wensen, niet?

GEA: Ja… ja, dat is zo… (stopt het pistool in haar jasje. Men raapt weer zijn mobieltje op; de soldaten richten hun geweren op Gea, maar de koning gebaart dat zij die moeten laten zakken; de psychiater en Friedjof sms’en)

KOLONEL (tot de koning): Willem, zou ik je even alleen kunnen spreken in de vestibule? (loopt naar de vestibule)

WILLEM: Ja hoor. (staat met moeite op en waggelt naar de vestibule; onderweg krijgt hij als hij wankelt nog een zetje van Vincent en Aart. Willem en de kolonel worden gevolgd door de cameraman die hen opneemt zonder dat zij dat merken; het gesprek dat zij voeren is goed te verstaan op de tv, waar de aanwezigen in de woonkamer vol belangstelling naar kijken)

WILLEM (tot de kolonel): Waarmee kan ik je van dienst zijn, Van Beemsteren?

KOLONEL: Je weet dat ik graag mijn duiven in het park van het paleis wil huisvesten. Bij mij thuis zit de achtertuin nu helemaal onder de duivenstront en het zou voor de duiven ideaal zijn als zij naast het rosarium ondergebracht zouden kunnen worden. Er is daar veel meer ruimte.

WILLEM: We hebben het er al eens eerder over gehad, Van Beemsteren, maar je weet het: de herrie, de stank…

KOLONEL: Ik zag je vorige maand, nog voor je scheiding, de slaapkamer van freule Quarles van Zandbergen binnengaan…

WILLEM: Zo! Heb je dat gezien? Hm…(langepauze; de mensen die om de tv gegroepeerd staan, wachten in spanning af op wat er gaat gebeuren) Welnu. Dan is dat vanaf heden geen geheim meer.

KOLONEL: Hoe?… Wat?… U vindt het niet erg als dit openbaar wordt?

WILLEM (snuit kalmpjes zijn neus met de grote witte zakdoek): Nee hoor.

Aflevering 28 (24 en 25 april)

KOLONEL: Maar… het schandaal!                                                  

WILLEM: Voor de koning zou het misschien een schandaal genoemd kunnen worden, maar voor mij…

KOLONEL (hoopvol): Maar… maar ook voor ex-koningen kunnen er schandalen zijn.

WILLEM: Ik ben daar niet zo bang voor.

KOLONEL: Maar denkt u dan aan de freule…

WILLEM: Aan u, bedoelt u.

KOLONEL: Aan mij… Ook, ja.

WILLEM: U mag uw duiven in het park onderbrengen. We kunnen het eigenlijk best een tijdje proberen.

KOLONEL (verheugd): Ah! Werkelijk? Dank u wel, majesteit! (buigt)

WILLEM: Willem.

KOLONEL: Willem.

WILLEM: Kom, we gaan een vliegtochtje maken naar Zuid-Afrika. Maar laten we onderweg nog even halt houden bij het Paleis op de Dam, aangezien ik naar de wc moet en er daar een passende is. Daar is ook een mobiele wc die we kunnen meenemen in het vliegtuig. (loopt naar de deuropening in de zitkamer)

WIILEM (tot de cameraman): Ach, kunt u stoppen met filmen? (cameraman laat de camera zakken, maar filmt stiekem door, terwijl hij door de kamer loopt)

WILLEM (tot Arnold): Ik wil u danken voor uw gastvrijheid. Wie gaat er nu mee naar het vliegtuig? Als iemand daar zin in heeft, dan zou dat best kunnen. De ranch aldaar is groot genoeg. Er is veel te beleven; je ziet er interessante dieren: olifanten, giraffen, struisvogels, krokodillen…

ARNOLD: Ik zou eigenlijk best mee willen. Het is misschien goed voor mijn vrouw en mij als we een tijdje wat afstand van elkaar nemen. Dan kan zij ook rustig nadenken over haar betrekkingen met Vlad.

VLAD: Wat? (ook Aart schrikt)

ARNOLD: Ik weet het al een tijdje, Vlad. Miranda heeft er al over gesproken.

VLAD: Zij heeft mij daar niets over gezegd!

ARNOLD: Ze is ook niet met jou getrouwd, Vlad. Zeg maar dat ik haar later zal mailen. Wacht… (loopt naar de werkkamer en komt terug met de koffer van Vincent, opent die en haalt de tekening tevoorschijn) Willem, mag ik je iets cadeau doen? Het is een Picasso. Geen echte, maar een aardige tekening in zijn stijl. (Vlad en Vincent schrikken; Arnold geeft de tekening aan Willem, die goedkeurend knikt en de tekening aan de kolonel geeft, die hem oprolt)

VINCENT: Maar…

ARNOLD (tot Vincent): En ook die Matisse van vorige maand had je heel aardig nagemaakt. Dat moeten we de koper nog vertellen. Hij verkeerde in de veronderstelling dat het een echte was en heeft geld overgemaakt. Dat ga ik terugstorten. (Vincents gezicht vertoont gelijkenis met dat op het schilderij ‘De schreeuw’ van Munch)

Aflevering 29 (26 t/m 29 april)

 WILLEM: Meneer Appel… (Aart buigt) Kunt u iets voor me doen?

AART: Als God het wil, majesteit.

WILLEM: Hè? Als God het wil? Wat heeft God ermee te maken. Welke God? Waar is die God?

AART: Majesteit… Willem, bedoel ik. U heeft net een hele tijd in de kerk doorgebracht…

WILLEM: Dat moest ik wel doen, omdat ik toen nog koning was. Maar luister nou es. Wat is nou waarschijnlijker? Een universum dat uit het niets is ontstaan, of een God die uit het niets is ontstaan en die vervolgens het universum schiep? Nou?

AART: Ik weet het niet…

WILLEM (zucht): Het is ook moeilijk… Welnu. Ik zou graag willen dat u mijn kinderen van een en ander op de hoogte brengt. Waar ik ben en zo. Zeg hun dat ik later contact met hen zal opnemen en houdt u rekening met het feit dat de jongste autistisch is, de middelste hoogbegaafd is, en dat de oudste ADHD heeft. (Aart buigt)

WILLEM (tot Gea): Zullen we dan maar gaan? (ziet zichzelf op de tv, doet de tv uit; tot de cameraman): En stopt u nu, alstublieft.

FRIEDJOF: Zeg Willem. Ik ben op zoek naar woonruimte. Zou ik misschien een tijdje in je paleis kunnen wonen?

WILLEM: Ja hoor, vind ik best. Neem maar contact op met het kantoor van Hoopje B.V. Dat gaat over de koninklijke domeinen.

CAMERAMAN: Hans Hoopje is vanmiddag omgekomen bij een brand. Waarschijnlijk zelfmoord. Ik heb vanmiddag nog opnamen gemaakt bij zijn woning. (Aart maakt een sprongetje van blijdschap, maar beheerst zich weer snel; Vlad gaat de slaapkamer in, ongezien denkt hij, maar hij wordt toch gezien door Arnold)

WILLEM (kijkt naar de tafel met etenswaren): Jammer van die Engelse plumpudding. Die blijft daar nu staan, onaangeroerd.

CATERAAR: Ik wil er graag eentje voor u maken, als u weer terug bent.

WILLEM: Ja? Ah! Ik heb nu een andere cateraar, Bloem genaamd. Maar die ruil ik graag in voor u. Kom laten we gaan. (Willem pakt zijn pet van het tafeltje in de vestibule; op dat moment klinkt het luide gezoem van een hommel, die onder de pet blijkt te hebben gezeten; dit gezoem mag overdreven luid klinken. De hommel is niet zichtbaar voor de toeschouwer: hij ‘vertoont’ zich in de blikken van de aanwezigen die het insect in zijn vlucht volgen)

FRIEDJOF:Daar is die hommel! (de hommel vliegt de zitkamer in; Arnold loopt, naar boven kijkend, de hommel achterna. Hij drijft door armgezwaai het insect naar de slaapkamerdeur, opent die en de hommel vliegt naar binnen. Arnold sluit vlug de deur en het zoemen wordt niet meer gehoord. Iedereen af door de voordeur, behalve Vlad en Miranda, die in de slaapkamer blijven, de cateraar die gaat opruimen en de psychiater, die nog een snelle afscheidskus krijgt van Gea)

PSYCHIATER (tot de cateraar): Kan ik u even spreken?

CATERAAR: Natuurlijk. Waar gaat het over?

PSYCHIATER: Ik woon bij u in de buurt en heb laatst vlakbij uw zaak een dooie duif en een dooie kat aangetroffen.

CATERAAR: O?

PSYCHIATER: Ik heb het vermoeden dat ze iets van uw gerechten tot zich hebben genomen en dat het ze niet zo goed  is bekomen.

CATERAAR (stopt met opruimen; kijkt de psychiater aan): Wat wilt u van mij?

PSYCHIATER: Als u mij drie, nee, vier keer per week van enige schotels, die ik zal kiezen, zal voorzien, dan zal niemand ooit iets horen over die dooie kat en die dooie duif. (de cateraar pakt de schaal waarop de plumpudding staat en drukt die in het gezicht van de psychiater)

CATERAAR: Ik ben blij dat mijn pudding toch nog een goede bestemming heeft gekregen. (de psychiater veegt de pudding van zijn gezicht, terwijl de cateraar weer doorgaat met opruimen. Dan klinkt er opeens een luid, woedend gezoem: de hommel)

VLAD (in de slaapkamer): Au!!! (de cateraar en de psychiater kijken in de richting van de slaapkamer. Er klinkt een harde klap: het geluid van een zware asbak op hout. Het gezoem houdt abrupt op)

                                                                                                             DOEK                                                                                                                                                                                                                                                 



































 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  
































 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Terug naar de vorige pagina >